Ervaar de watersnoodramp 1953 in De Watersnoodwoning
Met moderne audiotechniek voel je de spanning

Je kunt kinderen nog zo veel vertellen over de watersnoodramp 1953, nog zo veel beelden laten zien via School-TV, het allerbeste blijft de kinderen iets te laten ervaren van die ramp. Dat begint met hoe de mensen leven in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw. Welke rol heeft de vader in het gezin en wat is de rol van moeder, de rol van opa en oma. Welke voorwerpen gebruiken ze, welke kleren trekken de mensen aan en hoe wordt een huis ingericht? ‘De Watersnoodwoning’ in Heijningen biedt daarin een schitterend inkijkje.
Maar het 'Museum De Watersnoodwoning’ wil vooral vertellen over de watersnoodramp van 1953. Staat bij ouderen alles onuitwisbaar in het geheugen gegrift, voor de kinderen zijn er de verhalen. Daar speelt het Museum De Watersnoodwoning op in. Zij zijn gestart met het project ‘Een huis vol verhalen’ en nodigen de bovenbouwgroepen van basisscholen uit voor een bezoek.
Op donderdag 7 mei is als eerste school basisschool ‘TaLente’ uit Oud Gastel op bezoek. Het project bestaat uit drie delen. Het eerste deel is de voorbereiding op school. De kinderen krijgen allemaal een boekje.; daarin maken zij kennis met een familie De Wit, die de watersnoodramp meemaakt. De familie bestaat uit vader Jan en moeder Nel, zoon Kees en dochter Klaartje. Ook opa en oma Cor en Trees de Wit doen mee. De kinderen merken al lezend dat het leven van familie De Wit er heel anders uitziet dan tegenwoordig.
Deel twee is het bezoek aan Museum De Watersnoodwoning. Het is verzamelen voor de Zweedse Watersnoodwoning. Daar kun je zien hoe hoog het water is gekomen. Vervolgens in een lange rij naar het Watersnoodmonument aan de andere kant van de dijk. Na uitleg over het monument, dat soldaat Willemse voorstelt die een vrouw beschermt, krijgen alle kinderen een koptelefoon. Zij kunnen luisteren naar een audiofragment over de watersnoodramp. Er is ook een plaquète, waarop alle namen staan van de mensen die verdronken zijn in de gemeente Moerdijk. Eén leerling ziet zijn eigen achternaam staan en weet: dit is familie. Hij leest de namen van twee hele jonge kinderen en de ouders daarvan zijn de oom en tante van zijn overgrootvader. Zo komt de watersnoodramp heel dicht bij.
Het bezoek gaat verder in De Watersnoodwoning. Vier kamers worden bezocht. In elke kamer luisteren de kinderen via hun koptelefoon naar een audiofragment, ingesproken door stemacteurs. Ze horen hoe mensen in paniek raken, kinderen huilend om hun moeders roepen, het water de huizen binnen komt rollen. Allemaal heel levensecht en de kinderen luisteren doodstil.
In drie van de vier kamers speelt een attribuut een rol in het audiofragment: in de kinderslaapkamer (pop Saartje), de keuken (een paar blikken voedsel) en in de huiskamer (een baret). In alle kamers liggen opdrachtkaarten, waarover de kinderen kunnen praten en antwoorden kunnen opschrijven. In de Watersnoodkamer kunnen de kinderen de plekken zien, waar mensen verdronken zijn, heel veel foto’s bekijken en een lijst met namen lezen van verdronken mensen.
Er is voldoende tijd om vragen te stellen aan de vrijwilligers en dan merk je dat de kinderen in een hele andere tijd leven: “Waarom zwommen de mensen niet?” “Waarom namen ze hun telefoon niet mee?” Het wordt de kinderen steeds duidelijker: veel mensen zijn gewoon verrast door het ijskoude water. Er hangt een ouderwetse telefoon, waardoor duidelijk wordt dat de communicatie heel anders was. De kinderen horen hoe sommige mensen met vragen zijn blijven zitten en een schuldgevoel hebben overgehouden aan de ramp. Maar ook is er veel dankbaarheid achteraf, voor het Rode Kruis, voor de opvang die is geboden in De Schakel in Fijnaart en later in Roosendaal en de mooie spullen die na de ramp zijn geschonken.
Eén leerling reageert heel verontwaardigd als hij iemand hoort zeggen: “We zouden eigenlijk elke vijf jaar een ramp moeten hebben.” Gelukkig wordt die persoon meteen op zijn nummer gezet: “Jij hebt zeker niemand verloren aan de ramp?”
Deel drie van het project vindt plaats op school.
De reacties van de kinderen aan het eind van het bezoek zeggen veel: “Interessant, spannend, net of je erbij bent.” Voor de vrijwilligers klinkt een applaus. Je kunt veel verhalen vertellen over de ramp. Je kunt foto’s en filmpjes laten zien. De allerbeste manier om je de Watersnoodramp 1953 te herinneren is om het – zij het een beetje – mee te maken. Het ‘Museum De Watersnoodwoning’ slaagt daar ruim voldoende in door kinderen actief mee te laten doen aan ‘Een huis vol verhalen’.
Sjerp Vormeer








