Terug naar hoofdinhoud

Van de redactie

In Oranje



Van de redactie
Langzaam maar zeker begint Fijnaart oranje te kleuren. Komende donderdag begint het WK voetbal en zondag morgen onze jongens aan de bak. Zoals bij vrijwel ieder groot toernooi zijn vooraf de verwachtingen laag gespannen. Zo ook dit keer. De kwartfinales moeten haalbaar zijn, maar daarna… We gaan het zien.

Net als veel dorpsgenoten, zit ik zeker als onze jongens spelen voor de buis. Normaal heb ik niet zoveel met voetbal. Het zal mij eerlijk gezegd worst wezen of PSV, Ajax of Feyenoord landskampioen wordt. De Champions, Europa en Conference League kunnen mij helemaal gestolen worden. Dat komt waarschijnlijk omdat ik zelf nooit veel gepresteerd heb op de grasmat.

Oh, ik heb het geprobeerd hoor. Als jong jongetje trachtte ik tegen een bal te trappen bij FSV. Veel verder dan dat proberen ben ik niet gekomen. Telkens als ik het veld op kwam, begon de tegenstander al te juichen. Niet echt goed voor m’n zelfvertrouwen.

Gelukkig had ik wel een supporter die in alle tijden pal achter mij bleef staan: mijn moeder. Vol overgave schreeuwde ze me toe vanaf de zijlijn. Niet dat het veel hielp, want aan de bal kwam ik niet. En mocht ik per ongeluk het lederen projectiel voor mijn voeten krijgen, dan tikte een ander hem meteen weer weg.

Ondertussen had mijn moeder van het supporteren haar eigen sport gemaakt. Ze zag dat ze daarmee de tegenstander flink kon intimideren. Daarom koos ze bij voorkeur de aanhang van de uitclub op. Luidkeels schalde ze dan over het veld: “Kom op Jan Willem, naar voren!” Waarop je de mannen en vrouwen om haar heen verbaasd naar elkaar zagen kijken. ‘Jan Willem? Hebben wij een Jan Willem?’ Gelukkig voor hen niet. Het is ook niet echt een voetbalnaam. Zover ik kon nagaan, heeft geen Jan Willem ooit het Nederlands elftal gehaald. Daarom juich ik vanaf zondag maar voor Bart, Jurriën, Virgil, Nathan, Memphis, Noa, Wout en de overige voetballers die wél Oranje hebben gehaald.

Advertenties